Zo maak je je huis klaar voor een duurzame toekomst

Zo maak je je huis klaar voor een duurzame toekomst/w=320

In het huis van de toekomst is geen plaats voor aardgas. Koken op gas en de cv-ketel worden verleden tijd. Waar moeten we rekening mee houden als consument? Hoe ziet het huis van de toekomst eruit?

Vanaf 2021 zou bij vervanging van de cv-ketel eigenlijk een duurzaam alternatief geplaatst moeten worden, zoals een elektrische warmtepomp of een hybride ketel die voor een deel op gas werkt. Dat was de donderdag geuite wens van brancheorganisatie Uneto-VNI, milieuorganisaties, fabrikanten van cv-ketels en een deel van de energiesector.

Het kabinet wil dat nieuwe woningen niet meer op aardgas aangesloten worden om de CO2-uitstoot terug te dringen. Het voornemen voor 2050 is dan ook dat huishoudens helemaal geen gas meer gebruiken en dat de Nederlandse woningvoorraad energieneutraal moet zijn.

 
De technieken voor het huis van de toekomst zijn volop aanwezig en in ontwikkeling. Voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal en kennisinstituut TNO zien een aantal mogelijkheden.
 
Niet alleen de huidige technieken voor ventilatie en het opwekken van zonne-energie en -warmte worden beter. Over een paar jaar zien we ook nieuwe energieopslagtechnieken op de markt, zegt Huub Keizers. Hij is TNO-programmamanager energie en bebouwde omgeving.

Volgens Keizers moeten meerdere technieken samen worden gebruikt om de vraag naar energie terug te dringen, juist omdat de vraag extra gaat stijgen als we van het gasnet afgaan. "Momenteel is ongeveer 80 procent van het gasverbruik voor verwarming. Het maximaal, duurzaam opwekken van energie, warmte, elektriciteit en de opslag van energie zijn daarbij essentiële stappen."

De keuzes die je maakt of worden gemaakt, hangen af van de wijk en het huis. Een woning uit de jaren zeventig dient anders te worden aangepakt dan een woning uit het begin van de eeuw.

Warmtenet
Bewoners kunnen in de toekomst bijvoorbeeld worden aangesloten op een warmtenet, zoals de stadverwarming in Purmerend en Utrecht. Woningen krijgen dan warm water dat heter is dan 70 graden uit een centrale, die op biomassa werkt of restwarmte van de industrie.

Maar het kan ook een kleinschaliger warmtenet op buurtniveau zijn dat op lagere temperaturen werkt. Zulke initiatieven worden bijvoorbeeld genomen door buurtbewoners, woningbouwverenigingen of energiecoöperaties. Hierbij staat een grote warmtepomp in een wijk en zorgt deze voor warm water.

Wel nieuw is het verwarmen van het warmtenet met geothermie oftewel aardwarmte die van 500 meter of dieper uit de grond omhoog wordt gepompt. "Als die techniek doorbreekt, zal dat een stimulans zijn om dit toe te passen als duurzame bron voor het warmtenet. In de tuinbouw zijn succesvolle voorbeelden, waarbij bedrijven hun overcapaciteit leveren aan woningen", zegt woordvoerder Puk van Meegeren van Milieu Centraal.
 
Milieu Centraal schat dat zo'n 30 tot 40 procent van de huishoudens in de toekomst op een kleinschalig of grootschalig warmtenet is aangesloten.

Nog eens 30 tot 40 procent zal een eigen warmtepomp hebben. Een volledige elektrische warmtepomp zorgt voor zowel de verwarming als het warm water. Een warmtepomp haalt warmte uit de lucht of bodem en maakt daar een bruikbare temperatuur van. De woordvoerder benadrukt dat een warmtepomp dat heel zuinig doet. 

TNO schat echter dat 15 tot 30 procent van de bevolking op het warmtenet komt. Het gebruik van de warmtepomp komt hoger uit op 50 tot 60 procent.